Indicatie zorg zonder en met verblijf

Deze pagina bevat cijfers over het aantal personen met een indicatie voor zorg zonder verblijf of zorg met verblijf, voor zover deze gefinancierd wordt uit de AWBZ (tot 2015) of WLZ (vanaf 2015). Peildatum jaar is de tweede vrijdag van november; peildatum kwartaal de tweede vrijdag van februari, mei, augustus en november.

De volgende tabel betreft indicaties die zijn afgegeven door het CIZ. De cijfers zijn uitgesplitst naar grondslag.

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum jaar
2012 2013 2014 2015 2016
Totaal ZZV-AWBZ/Wlz en/of ZMV-AWBZ/Wlz 793 380 792 800 804 085 289 630 293 460
Somatische aandoening 348 760 336 030 333 875 67 555 63 865
Psychogeriatrische aandoening 98 520 101 795 105 845 83 695 85 810
Psychiatrische aandoening 124 500 127 940 132 525 9 470 9 215
Lichamelijke handicap 52 240 55 370 57 760 22 370 22 865
Verstandelijke handicap 160 740 163 615 166 420 103 205 108 385
Zintuiglijke handicap 8 620 8 050 7 655 3 335 3 320

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum jaar

Totaal ZZV-AWBZ/Wlz en/of ZMV-AWBZ/Wlz

Totaal zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten/Wet langdurige zorg

Zorg zonder verblijf is zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven. Dit betreft zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert. Het kan gaan om zorg voor ouderen, chronisch zieken, mensen met een handicap, mensen met langdurige psychische problemen of mensen die tijdelijk zorg nodig hebben. Vanaf 2015 zijn bij zorg zonder verblijf alleen de indicaties van Wlz-indiceerbaren opgenomen.
Zorg met verblijf is zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het kan gaan om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. Vanaf 2015 kan met een Wlz-indicatie ook gebruik worden gemaakt van zorg in de vorm van een volledig pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt).

De indicaties voor zorg zonder verblijf omvatten de indicaties voor één of meer functies die gefinancierd worden uit de AWBZ/Wlz. Dit betreft de functies begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging, behandeling, ADL-assistentie (beschikbaar vanaf 2012) of kort verblijf.
De indicaties voor zorg met verblijf betreffen zowel de AWBZ/Wlz-indicaties voor een zorgzwaartepakket/zorgprofiel als de oude AWBZ-indicaties voor verblijf langdurig en verblijf tijdelijk klasse 4 of hoger. Indicaties voor kort verblijf zijn hierin niet opgenomen, dit valt onder zorg zonder verblijf.

De indicaties voor ADL-assistentie tellen wel mee bij het totaal aantal indicaties, maar ADL-assistentie wordt niet als aparte functie weergegeven.

Somatische aandoening

Actuele lichamelijke ziekte of aandoening. Een aandoening die gekenmerkt wordt door stabiele fases en bij verergering door medische en/of paramedische behandeling (nog) kan genezen of verbeteren, heeft als grondslag somatische aandoening, en niet de grondslag lichamelijke handicap.
Wanneer sprake is van blijvende beperkingen die niet veroorzaakt worden door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag somatische aandoening ook van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychogeriatrische aandoening

Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychiatrische aandoening

Stoornis waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Hiervoor wordt ook wel de term psychische stoornis gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt de grondslag psychosociaal probleem niet meer geïndiceerd. Indicaties van vóór 2009 met de grondslag psychosociaal probleem die nog geldig zijn in de verslagperiode, zijn opgenomen bij de grondslag psychiatrische aandoening.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Lichamelijke handicap

Fysieke beperking als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is en er geen sprake is van een terminale situatie.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Verstandelijke handicap

Handicap waarbij de persoon beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (IQ van 70 of lager) en blijvende beperkingen heeft op het gebied van de sociale redzaamheid. Beide zijn voor het 18e levensjaar ontstaan.
Op grond van historische overwegingen is er in Nederland overeenstemming dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, een IQ-score tussen 70 en 85 ook mag worden opgevat als een verstandelijke handicap. Dit wordt dan aangeduid als een licht verstandelijke handicap.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Zintuiglijke handicap

Visuele of auditiefcommunicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak/taalprobleem. Kern van een spraak/taalprobleem onder de grondslag van de zintuiglijke handicap is dat er een in de persoon gelegen oorzaak is aan te wijzen. Dat kunnen zowel neurobiologische als neuropsychologische factoren zijn. Spraak/taalstoornissen moeten onderscheiden worden van communicatieproblemen die het gevolg zijn van ziektebeelden als autisme en een verstandelijke handicap.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Tot 2014 werden naast AWBZ-indicaties die door het CIZ zijn afgegeven, AWBZ-indicaties afgegeven door Bureaus Jeugdzorg voor jongeren met een psychiatrische aandoening. De volgende tabel betreft deze indicaties.

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf van Bureaus Jeugdzorg, personen op peildatum jaar
2010 2011 2012 2013 2014
Totaal ZZV-AWBZ en/of ZMV-AWBZ 32 710 34 025 33 290 32 585 32 240
Totaal ZZV-AWBZ 31 550 32 525 31 410 29 985 28 750
Totaal ZMV-AWBZ 1 245 1 540 1 915 2 645 3 570

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf van Bureaus Jeugdzorg, personen op peildatum jaar

Totaal ZZV-AWBZ en/of ZMV-AWBZ

Totaal zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Zorg zonder verblijf is zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven. Dit betreft zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert.

Zorg met verblijf is zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling.

De indicaties voor zorg zonder verblijf, afgegeven door een Bureau Jeugdzorg, omvatten de indicaties voor één of meer functies die gefinancierd worden uit de AWBZ. Dit betreft de functies begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging of kort verblijf.

Totaal ZZV-AWBZ

Totaal zorg zonder verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Zorg zonder verblijf is zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven. Dit betreft zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert.

De indicaties voor zorg zonder verblijf, afgegeven door een Bureau Jeugdzorg, omvatten de indicaties voor één of meer functies die gefinancierd worden uit de AWBZ. Dit betreft de functies begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging of kort verblijf.

Totaal ZMV-AWBZ

Totaal zorg met verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Zorg met verblijf is zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling.

Begeleiding individueel

Hulp bij het organiseren van praktische zaken in het dagelijks leven. Het kan gaan om individuele begeleiding of begeleiding in groepsverband.

Begeleiding groep

Hulp bij het organiseren van praktische zaken in het dagelijks leven. Het kan gaan om individuele begeleiding of begeleiding in groepsverband.

Persoonlijke verzorging

Hulp bij het wassen en aankleden, hulp bij het eten en drinken, het aanbrengen van prothesen en het doen van oefeningen. Ook de zorg die in directe relatie staat tot de persoonlijke verzorging behoort tot deze functie, zoals het opmaken van het bed tijdens het wassen van een bedlegerige cliënt en het stimuleren van de zelfredzaamheid.

Kort verblijf

Logeren in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week. Kort verblijf gaat samen met de functies begeleiding, persoonlijke verzorging of verpleging.

Het doel van kortdurend verblijf is het ontlasten van degene die gewoonlijk de zorg in de thuissituatie verleent. Kortdurend verblijf is niet bedoeld om het normale dagelijkse toezicht van ouders op kinderen over te nemen.

2010

Voorlopige cijfers

2011

Voorlopige cijfers

2012

Voorlopige cijfers

2013

Voorlopige cijfers

Onderstaande tabel betreft CIZ indicaties per kwartaal.

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum kwartaal
2016 2e kwartaal 2016 3e kwartaal 2016 4e kwartaal 2017 1e kwartaal 2017 2e kwartaal
Totaal ZZV-AWBZ/Wlz en/of ZMV-AWBZ/Wlz 290 915 293 110 293 460 291 360 291 860
Somatische aandoening 65 025 64 950 63 865 62 230 61 430
Psychogeriatrische aandoening 84 080 85 100 85 810 84 885 85 665
Psychiatrische aandoening 9 455 9 390 9 215 9 105 9 035
Lichamelijke handicap 22 565 22 660 22 865 22 845 22 930
Verstandelijke handicap 106 460 107 670 108 385 108 975 109 470
Zintuiglijke handicap 3 335 3 345 3 320 3 320 3 325

Indicatie zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum kwartaal

Totaal ZZV-AWBZ/Wlz en/of ZMV-AWBZ/Wlz

Totaal zorg zonder verblijf en/of zorg met verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten/Wet langdurige zorg

Zorg zonder verblijf is zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven. Dit betreft zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert. Het kan gaan om zorg voor ouderen, chronisch zieken, mensen met een handicap, mensen met langdurige psychische problemen of mensen die tijdelijk zorg nodig hebben. Vanaf 2015 zijn bij zorg zonder verblijf alleen de indicaties van Wlz-indiceerbaren opgenomen.
Zorg met verblijf is zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het kan gaan om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. Vanaf 2015 kan met een Wlz-indicatie ook gebruik worden gemaakt van zorg in de vorm van een volledig pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt).

De indicaties voor zorg zonder verblijf omvatten de indicaties voor één of meer functies die gefinancierd worden uit de AWBZ/Wlz. Dit betreft de functies begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging, behandeling, ADL-assistentie (beschikbaar vanaf 2012) of kort verblijf.
De indicaties voor zorg met verblijf betreffen zowel de AWBZ/Wlz-indicaties voor een zorgzwaartepakket/zorgprofiel als de oude AWBZ-indicaties voor verblijf langdurig en verblijf tijdelijk klasse 4 of hoger. Indicaties voor kort verblijf zijn hierin niet opgenomen, dit valt onder zorg zonder verblijf.

De indicaties voor ADL-assistentie tellen wel mee bij het totaal aantal indicaties, maar ADL-assistentie wordt niet als aparte functie weergegeven.

Somatische aandoening

Actuele lichamelijke ziekte of aandoening. Een aandoening die gekenmerkt wordt door stabiele fases en bij verergering door medische en/of paramedische behandeling (nog) kan genezen of verbeteren, heeft als grondslag somatische aandoening, en niet de grondslag lichamelijke handicap.
Wanneer sprake is van blijvende beperkingen die niet veroorzaakt worden door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag somatische aandoening ook van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychogeriatrische aandoening

Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychiatrische aandoening

Stoornis waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Hiervoor wordt ook wel de term psychische stoornis gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt de grondslag psychosociaal probleem niet meer geïndiceerd. Indicaties van vóór 2009 met de grondslag psychosociaal probleem die nog geldig zijn in de verslagperiode, zijn opgenomen bij de grondslag psychiatrische aandoening.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Lichamelijke handicap

Fysieke beperking als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is en er geen sprake is van een terminale situatie.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Verstandelijke handicap

Handicap waarbij de persoon beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (IQ van 70 of lager) en blijvende beperkingen heeft op het gebied van de sociale redzaamheid. Beide zijn voor het 18e levensjaar ontstaan.
Op grond van historische overwegingen is er in Nederland overeenstemming dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, een IQ-score tussen 70 en 85 ook mag worden opgevat als een verstandelijke handicap. Dit wordt dan aangeduid als een licht verstandelijke handicap.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Zintuiglijke handicap

Visuele of auditiefcommunicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak/taalprobleem. Kern van een spraak/taalprobleem onder de grondslag van de zintuiglijke handicap is dat er een in de persoon gelegen oorzaak is aan te wijzen. Dat kunnen zowel neurobiologische als neuropsychologische factoren zijn. Spraak/taalstoornissen moeten onderscheiden worden van communicatieproblemen die het gevolg zijn van ziektebeelden als autisme en een verstandelijke handicap.
---
Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

In deze tabel op MLZ StatLine kunt u de jaarcijfers verder uitsplitsen naar type zorg en de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en zorgkantoorregio.

In deze tabel op MLZ StatLine kunt u de cijfers over de AWBZ-indicaties van de Bureaus Jeugdzorg verder uitsplitsen naar type zorg en de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en regio.

In deze tabel op MLZ StatLine kunt u de kwartaalcijfers verder uitsplitsen naar type zorg.

Meer jaarcijfers over personen met een indicatie voor zorg zonder verblijf of zorg met verblijf zijn te vinden in deze tabel op MLZ StatLine. Daarin kunnen uitsplitsingen worden gemaakt naar type zorg en de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd, inkomensgroep en zorgkantoorregio.

Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Indicatie AWBZ/Wlz-zorg en gebruik Wmo- en AWBZ/Wlz-zorg.

Bron: Centrum indicatiestelling zorg en Bureau Jeugdzorg.