Inkomensgroep

Inkomensgroep op basis van het gestandaardiseerd huishoudensinkomen, om het welvaartsniveau van personen weer te geven. Personen in de eerste 10%-groep hebben een relatief laag welvaartsniveau; personen in de tiende 10%-groep hebben een relatief hoog welvaartsniveau.

Het gestandaardiseerd huishoudensinkomen is het besteedbaar huishoudensinkomen uit het kalenderjaar voorafgaand aan het verslagjaar, gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen daarmee de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.

De grenzen van de inkomensgroepen worden als volgt bepaald. Van alle personen die ingeschreven zijn in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens wordt het gestandaardiseerd huishoudensinkomen bepaald. Vervolgens worden alle personen gerangschikt van laag naar hoog inkomen. Dan worden tien inkomensgroepen gemaakt van gelijke omvang en oplopende hoogte van het inkomen. De onder- en bovengrens van elke inkomensgroep wordt bepaald door het laagste en hoogste inkomen in elke groep.