Gebruik bijdrageplichtige Wmo-maatwerkvoorzieningen

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het samenstellen van cijfers over personen die in het verslagjaar gebruik maken van een maatwerkvoorziening die gefinancierd wordt uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo-2015), en waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden. De cijfers over gebruik hebben betrekking op zorg waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden. Personen onder de 18 jaar hoeven geen eigen bijdrage te betalen, en komen daarom niet voor in de tabel.

Nadere toelichting

Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn producten of diensten die als doel hebben de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen te ondersteunen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor ondersteuning vanuit de Wmo-2015, en mogen hiervoor een eigen bijdrage vragen. Het CAK stelt de hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen vast, en int deze namens de gemeenten.

Ondersteuning binnen het kader van de Wmo-2015 kan geleverd worden als zorg in natura (zin), of bekostigd worden uit een persoonsgebonden budget (pgb). Wmo-ondersteuning omvat de volgende zorgcategorieën: Ondersteuning thuis, Hulp bij het huishouden, Verblijf en opvang, en Hulpmiddelen en diensten.

Indeling en uitsplitsingen

Er worden gegevens gepubliceerd over personen met gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen, en het percentage gebruikers van Wmo-maatwerkvoorzieningen van het totaal aantal inwoners in de gemeente. De cijfers worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijdscategorie, het type maatwerkvoorziening, het type huishouden en regio.

Doelpopulatie

Personen die in de verslagperiode eigenbijdrageplichtige Wmo—2015 -zorg hebben gebruikt. Omdat jongeren tot 18 jaar geen eigen bijdrage hoeven te betalen, behoren zij niet tot de doelpopulatie.

De tabel bevat uitsluitend personen die gedurende het verslagjaar in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) staan ingeschreven.

Statistische eenheid

Personen.

Aanvang onderzoek

2015, het jaar dat de Wmo-2015 is ingevoerd.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Voor de jaarcijfers wordt er gestreefd naar de zogenaamde 1-op-1 publicatienorm, waarbij de tijd tussen het einde van de verslagperiode en publicatie van de gegevens niet langer is dan de verslagperiode zelf. Dit betekent dat jaarcijfers uiterlijk 12 maanden na afloop van het jaar worden gepubliceerd. De cijfers over het meest recente verslagjaar worden als voorlopige cijfers gepubliceerd. Tegelijkertijd worden de voorlopige cijfers van het voorgaande jaar definitief.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Registratiegegevens.

Waarnemingsmethode

Gegevens uit de registraties van het CAK worden elektronisch aan het CBS geleverd. De bestanden zijn op basis van het Burgerservicenummer nagenoeg volledig gekoppeld met de BRP.

Berichtgevers

De gegevens over het gebruik van Wmo-zorg zijn afkomstig van het CAK. Deze organisatie is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wmo-2015 en de eigen bijdrageregeling Wlz.

Steekproefomvang

Geen steekproef. De gegevens van het CAK betreffen vanaf 2015 een integrale registratie van alle personen van 18 jaar of ouder die onder de eigen bijdrageregeling Wmo-2015 vallen.

Controle- en correctiemethoden

De gegevens van het CAK zijn door het CBS beoordeeld op volledigheid, plausibiliteit en consistentie. De bestanden zijn van jaar op jaar vergeleken. Er zijn enkele correcties uitgevoerd, waaronder correcties voor dubbeltellingen. Ook zijn bij de gegevens van het CAK de personen verwijderd die in het verslagjaar jonger zijn dan 18 of niet ingeschreven staan in de BRP.

Weging

De gegevens worden niet gewogen of opgehoogd omdat er geen sprake is van steekproef gegevens.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De nauwkeurigheid van de statistiek is in de eerste plaats afhankelijk van de nauwkeurigheid van de registraties.

Naast de nauwkeurigheid van de registraties speelt ook de kwaliteit van de koppeling met de BRP een rol. De gegevens van het CAK worden met de BRP gekoppeld. Ruim 99,9% van de in de CAK data geregistreerde gebruikers van Wmo-zorg zijn terug te vinden in de BRP. Hierdoor is het mogelijk om uitspraken te doen over de demografische en socio-economische kenmerken van de personen met gebruik van zorg. Personen die niet terug te vinden zijn in de BRP worden niet meegenomen in de jaarcijfers.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De statistiek begint met verslagjaar 2015, het jaar dat de Wmo-2015 is ingevoerd.

De tabel is een voortzetting van de tabel ‘Personen met gebruik zorg zonder verblijf; functie en regio’, die gegevens over het gebruik van eigenbijdrageplichtige Wmo en/ of AWBZ-zorg in natura in de periode 2004 t/m 2014 bevat. Door de hervormingen in de langdurige zorg zijn de aantallen zorggebruikers vanaf 2015 niet vergelijkbaar met de gegevens uit de periode 2004 t/m 2014.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

De cijfers worden pas gepubliceerd nadat deze zijn beoordeeld op plausibiliteit, en eventueel na correctie, voldoende plausibel zijn bevonden. Beoordeling van de kwaliteit is echter lastig omdat de werkelijkheid niet bekend is.

Om de plausibiliteit van de uitkomsten vast te stellen zijn de volgende controles uitgevoerd:

  • tijdreeksanalyse: hoe zijn de ontwikkelingen in de tijd;
  • kengetallenanalyse: wat is de verhouding tussen de variabelen, bijvoorbeeld is het totaal groter dan de afzonderlijke aantallen, is het totaal gelijk aan de som van mannen en vrouwen;
  • vergelijking met data van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) en SVB; (zie voor een verklaring van verschillen tussen de data van de GMSD en van het CAK: Verschillen tussen GMSD en het CAK op cbs.nl)