Wmo in gemeentelijke baten en lasten

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het samenstellen van cijfers over de baten en lasten van gemeenten voor gemeentelijke functies (beleidsterreinen) die activiteiten omvatten zoals beschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet. De definities en indelingen in deze statistiek sluit aan op de gemeentelijke administraties.

Doelpopulatie

Alle gemeenten.

Statistische eenheid

Gemeente.

Aanvang onderzoek

2009.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Eerst worden voorlopige cijfers op basis van de begroting gepubliceerd. Vervolgens worden deze cijfers vervangen door definitieve cijfers op basis van de begroting. Daarna worden voorlopige realisaties gepubliceerd. Uiteindelijk worden voorlopige realisaties vervangen door definitieve cijfers op basis van realisaties.

De nieuwe begrotingscijfers worden in het eerste kwartaal van het begrotingsjaar geplaatst. De realisaties (op basis van gemeenterekeningen) worden in het vijfde kwartaal na aflooop van de verslagperiode geplaatst. De cijfers kunnen worden bijgesteld op grond van het beschikbaar komen van nieuw of geactualiseerd bronmateriaal. Over het algemeen zijn de bijstellingen gering van omvang. De bijstellingen worden doorgevoerd op het moment dat een nieuw jaarcijfer aan de reeks wordt toegevoegd.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Integrale waarneming van alle gemeenten.

Waarnemingsmethode

De gemeenten sturen hun gegevens elektronisch in. De in de gegevensleveringen aan het CBS gebruikte indelingen naar functies en/of balansposten zijn voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV bevat de regelgeving voor de jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken voor o.a. de gemeenten.

Berichtgevers

Alle gemeenten.

Steekproefomvang

Geen steekproef, maar een integrale waarneming van alle gemeenten.

Controle- en correctiemethoden

Op de door gemeenten aan het CBS verstrekte gegevens past het CBS kwaliteitstoetsen toe. Hierbij wordt gecontroleerd op interne consistentie, volledigheid en volgtijdelijkheid. Zo nodig worden in overleg met de gemeente de aangeleverde gegevens aangepast. Indien naar het oordeel van het CBS de gegevens moeten worden aangepast, maar de gemeente gaat niet akkoord met (één van de) gemaakte aanpassingen dan worden er geen gegevens van deze gemeente individueel gepubliceerd.

Weging

Gemeenten die geen of kwalitatief onvoldoende gegevens hebben ingestuurd worden bijgeraamd om te komen tot ramingen op grootteklasse-niveau en regioniveaus voor zowel begrotingen als realisaties:

  • Bij de begrotingscijfers wordt van elke bij te ramen gemeente de gegevensset van het voorgaande statistiekjaar genomen (welke eventueel ook al was bijgeraamd). Vervolgens wordt elke functie vermenigvuldigd met een ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling wordt genomen de gemiddelde ontwikkeling van het functietotaal van alle gemeenten in dezelfde grootteklasse die wel in dit en het voorgaande statistiekjaar een goede gegevensset hebben aangeleverd. Ook wordt gebruik gemaakt van documentatie over een gemeente voor zover beschikbaar (bijvoorbeeld via Internet beschikbare voorlopige begrotingsstukken);
  • Voor de realisaties van grotere gemeenten wordt de raming per grootteklasse verkregen door elke ontbrekende gemeente apart bij te ramen. Bij voorkeur wordt hierbij de gegevensset van vorig jaar gebruikt (indien kwalitatief voldoende) en wordt deze met behulp van de jaarrekening aangepast om te komen tot een vervangende raming;
  • Voor de realisaties van kleinere gemeenten worden de gegevenssets automatisch bijgeraamd, waarbij de gegevensset van voorgaand jaar vermenigvuldigd wordt met de ontwikkeling van die functie van de goede gemeenten in dezelfde imputatieklasse. De imputatieklasse is hierbij gelijk aan de grootteklasse naar inwoner, waarbij de gemeenten in de grootteklasse 20.000-50.000 en 50.000-100.000 verder verdeeld zijn naar de landsdelen Noord-, Oost, Zuid- en West-Nederland;
  • Indien er geen goede gegevensset uit het voorgaande verslagjaar beschikbaar is, of indien een functie niet goed met voorgaande methode kan worden bijgeraamd, dan worden de ontbrekende gegevens geraamd door de klassegemiddelde per inwoner te nemen en deze te vermenigvuldigen met het inwoneraantal van de ontbrekende gemeente. Indien aanvullende externe informatie beschikbaar is, wordt deze gebruikt bij het imputeren.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De respons ligt op circa 95%. De veronderstelling die gedaan wordt bij het maken van de automatische bijraming is dat de ontwikkeling van gemeenten (voor de bijraming van begrotingen en jaarrekeningen van kleinere gemeenten) en de structuur van gemeenten (voor de bijraming van de jaarrekeningen van grotere gemeenten) die geen of een kwalitatief onvoldoende gegevensset hebben aangeleverd, gemiddeld gelijk is aan die van de gemeenten die wel een goede gegevensset hebben ingezonden.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Met ingang van 2015 hebben de gemeenten een groot aantal taken op het gebied van de Jeugdwet en Wmo erbij gekregen. Om dit zo goed mogelijk in de BBV verantwoord te krijgen zijn er vanaf 2015 een aantal gemeentelijke functies met betrekking tot Jeugd en Wmo komen te vervallen en vervangen door nieuwe functies. Met ingang van verslagjaar 2017 is de indeling in gemeentelijke taakvelden opnieuw aangepast.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

De cijfers worden pas gepubliceerd nadat deze zijn beoordeeld op plausibiliteit en voldoende plausibel zijn bevonden. Bij de beoordeling wordt gekeken of de cijfers consistent zijn in de tijd en of de cijfers onderling consistent zijn.