Deze pagina beschrijft het aantal personen dat gebruik maakt van Wlz zorg uitgesplitst naar de verschillende leveringsvormen.
Veel pgb-gebruik bij jonge Wlz-cliënten
Personen die zorg ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) kunnen deze zorg op verschillende manieren (laten) financieren; als zorg in natura (zin) of als persoonsgebonden budget (pgb). Het pgb is een geldbedrag waaruit de cliënt zelf de zorgverlener betaalt, terwijl bij zorg in natura het zorgkantoor de zorg inkoopt bij verschillende zorgaanbieders en de cliënt kiest welke zorgaanbieder de zorg levert. Het overgrote deel van de cliënten ontvangt de Wlz-zorg in natura. Een kleiner deel ontvangt de zorg vanuit een pgb of een combinatie van een pgb en zorg in natura. Hierbij valt op dat de grootste groep zorggebruikers (personen boven de 65-jaar) het minst gebruik maakt van een pgb in tegenstelling tot cliënten jonger dan 18 jaar.
Wlz gebruik naar leveringsvorm en leeftijd, 2024*
aandeel cliënten
* Voorlopige cijfers
Leeftijd Uitsluitend zorg in natura (zin) Uitsluitend pgb Totaal combinatie zin en pgb Totaal 296135 44815 19875 Jonger dan 18 jaar 2430 4190 3975 18 tot 65 jaar 95155 27975 10045 65 jaar of ouder 198550 12645 5855
Ontwikkeling leveringsvormen zorg zonder verblijf
Het aantal personen met leveringsvormen van zorg buiten een verblijfssetting neemt sinds 2015 toe. Er zijn drie vormen van zorg zonder verblijf die worden onderscheiden: het modulair pakket thuis (mpt), het volledig pakket thuis (vpt) en het persoonsgebonden budget (pgb). Zowel het mpt als het vpt worden altijd geleverd als zorg in natura (zin). Het aantal mpt-cliënten nam toe van 31 duizend in 2015 tot 64 duizend in 2024*, het aantal vpt-cliënten groeide in dezelfde periode van 8 duizend naar 30 duizend en het aantal cliënten dat gebruik maakte van een pgb steeg van 33 naar 65 duizend.
Uitgesplitst naar de geïndiceerde sector (op basis van het zzp) valt op dat in de sector Verpleging en Verzorging (VV) zowel het relatieve gebruik van vpt als pgb gestaag groeit vanaf 2015, maar dat het gebruik van mpt na 2017 een snellere stijging doormaakt die in 2024 stagneert.
VV-zorggebruik naar leveringsvorm (Wlz, exclusief verblijf)
aandeel cliënten
* Voorlopige cijfers
VV Vpt VV Mpt VV Pgb (al dan niet combi) 2015 3,14% 9,29% 3,83% 2016 3,66% 8,23% 4,94% 2017 4,41% 8,92% 5,53% 2018 5,04% 11,03% 5,99% 2019 5,46% 13,35% 6,72% 2020 5,94% 15,08% 7,68% 2021 6,88% 16,23% 8,08% 2022 8,28% 17,54% 8,32% 2023 9,48% 18,06% 8,25% 2024* 11,16% 17,81% 8,36%
In de sector Gehandicapten Zorg (GHZ) is sinds 2015 na de instroom van de Wlz-indiceerbaren (2015 tot 2017) een geleidelijke groei van het aandeel pgb en mpt gebruikers waar te nemen. Het aandeel cliënten met een vpt is in deze groep nagenoeg stabiel.
GHZ-zorggebruik naar leveringsvorm (Wlz, exclusief verblijf)
aandeel cliënten
* Voorlopige cijfers
GHZ vpt GHZ mpt GHZ pgb (al dan niet combi) 2015 2,51% 10,00% 16,74% 2016 2,70% 10,38% 20,05% 2017 2,80% 12,93% 24,23% 2018 3,01% 13,64% 24,80% 2019 3,00% 14,16% 25,50% 2020 3,09% 14,14% 26,32% 2021 3,19% 15,31% 27,09% 2022 3,26% 16,16% 27,85% 2023 3,43% 16,62% 28,29% 2024* 3,61% 16,89% 28,82%
In de sector (Geestelijke Gezondheidszorg) GGZ was het aandeel zorg zonder verblijf van 2016 tot 2020 stabiel rond 0%. Met de introductie van GGZ-Wonen profielen (in 2021) is het ook in de GGZ mogelijk de zorg buiten een verblijfssetting te ontvangen. Dit toont zich in de sterke toename van alle leveringsvormen zonder verblijf bij GGZ-geïndiceerde zorg.
GGZ-zorggebruik naar leveringsvorm (Wlz, exclusief verblijf)
aandeel cliënten
* Voorlopige cijfers
GGZ vpt GGZ mpt GGZ pgb (al dan niet combi) 2015 0,06% 1,25% 0,06% 2016 0,00% 0,32% 0,00% 2017 0,06% 0,19% 0,00% 2018 0,00% 0,00% 0,00% 2019 0,00% 0,00% 0,00% 2020 0,00% 0,00% 0,00% 2021 5,36% 8,40% 15,05% 2022 6,06% 12,05% 17,68% 2023 6,73% 13,50% 18,65% 2024* 7,46% 13,64% 19,37%
Ontwikkeling zorg met verblijf
Het aantal personen dat (op peildatum) Wlz-zorg in een verblijfssetting ontvangt is tussen 2015 en 2020 min of meer stabiel geweest, en schommelde tussen de 201 en 208 duizend personen. In 2021 heeft de toevoeging van GGZ-Wonen profielen een sterke stijging in het aantal verblijfscliënten opgeleverd. Het aantal personen met verblijfszorg met een profiel in de VV en GHZ is wel stabiel gebleven.
Het aandeel cliënten dat zorg mét ten opzichte van zónder behandeling ontving in een verblijfssetting is sinds 2015 toegenomen, deze toename is het sterkst bij de sector Verpleging en Verzorging (VV). Maar ook in de gehandicaptenzorg (GHZ) stijgt het aandeel cliënten met behandeling ten opzichte van het aandeel zonder behandeling. In de Wlz-geestelijke gezondheidszorg, die tot 2020 alleen inclusief behandeling was, is vanaf 2021 de introductie van GGZ-Wonen te zien als een scherpe daling het aandeel cliënten dat verblijf met behandeling ontvangt.
Wlz-zorggebruik met behandeling per sector
aandeel cliënten
* Voorlopige cijfers
VV GHZ GGZ 2015 62,05% 68,98% 100,00% 2016 65,37% 70,25% 100,00% 2017 67,77% 70,74% 100,00% 2018 69,85% 71,12% 100,00% 2019 71,54% 71,47% 100,00% 2020 73,58% 71,54% 100,00% 2021 75,44% 72,12% 32,95% 2022 77,21% 72,37% 31,94% 2023 78,92% 72,61% 31,56% 2024* 80,83% 72,88% 30,53%
In de tabel Personen met gebruik Wlz-zorg; leveringsvorm, zorgzwaartepakket op StatLine MLZ kunnen jaarcijfers verder uitgesplitst worden naar leveringsvorm, zorgzwaartepakket, leeftijd, en geslacht.
Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Korte onderzoeksbeschrijving Gebruik Wlz-zorg in natura en Persoonsgebonden budget (pgb).
In de tabel Personen met gebruik Wlz-zorg in natura; leveringsvorm, zzp/zorgvorm, regio kunnen cijfers over zorg in natura worden uitgesplitst naar leveringsvorm, zorgzwaartepakket of zorgvorm, leeftijd, regio en geslacht.
Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Korte onderzoeksbeschrijving Gebruik Wlz-zorg in natura.