Het thema Indicatie geeft een beeld van het aantal personen in Nederland dat een indicatie heeft voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz).
Wlz indicatie naar leeftijd en geslacht; verschillende cliëntgroepen
Een indicatie van het CIZ geeft toegang tot zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze pagina gaat over personen met zo’n indicatie. Zowel jongeren als ouderen kunnen een Wlz-indicatie krijgen; de reden voor de indicatie en de demografische samenstelling binnen leeftijdsgroepen zijn verschillen. Met 40% van het totale aantal mensen met een Wlz-indicatie maakt de groep 80-plussers een groot deel hiervan uit. Deze groep bestaat voor een groot deel uit vrouwen; dit heeft te maken met het feit dat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen. De groep onder de 65 kent daarentegen een oververtegenwoordiging van mannen, deze is voornamelijk veroorzaakt door het veelvuldiger voorkomen van handicaps en psychiatrische aandoeningen bij mannen dan bij vrouwen.
Personen met een Wlz indicatie, op peildatum 2025*
* voorlopige cijfers
Leeftijd Mannen Vrouwen Jonger dan 18 jaar 7205 4085 18 tot 65 jaar 88080 59235 65 tot 80 jaar 35495 38860 80 jaar of ouder 45740 103675
Indicaties naar grondslag; vergrijzing goed zichtbaar
Het aantal personen met een indicatie voor Wlz-zorg verandert door de tijd; door wijzigingen in het beleid, door wijzigingen in de bevolkingssamenstelling en door wijzigingen in de gezondheidssituatie van de bevolking. De verschillende groepen in de Wlz kennen hierdoor ieder hun eigen ontwikkeling in samenstelling en grootte.
Uitgesplitst naar de dominante grondslag (de belangrijkste reden voor de Wlz-indicatie) is er vanaf 2015 een aantal trends waar te nemen. Zo is er een stijging in het aantal cliënten met een verstandelijke handicap. Begin 2017 is de instroom van Wlz-indiceerbaren hierin waar te nemen. De toename in het aandeel geindiceerden met een verstandelijke gehandicapten in de bevolking is met name te zien bij de leeftijdsgroep van 35-50 jaar; wat er op wijst dat mensen met een VG indicatie steeds ouder worden.
Het aantal cliënten met een psychogeriatrische aandoening is de sterkst toenemende groep; deze stijging hangt samen met de ‘dubbele’ vergrijzing. Het aantal 65-plussers in de bevolking neemt snel toe, maar het aantal 80-plussers neemt nog sneller toe. Daarnaast neemt het aandeel ouderen in de bevolking dat wegens een psychogeriatrische aandoening is opgenomen ook toe.
Bij de geïndiceerden met een somatische aandoening is een ander beeld te zien. Deze groep is sinds de hervorming langdurige zorg kleiner geworden. In de laatste kwartalen van 2021 tot en met 2023 neemt het aantal personen met een indicatie voor een somatische aandoening toe, maar vanaf 2024 daalt het aantal weer.
Bij de groep lichamelijk gehandicapten zien we ook een toename, met name bij de oudere groepen; bij de leeftijdsgroepen tot 35 jaar is het aandeel in de bevolking met een indicatie stabiel.
De groep geïndiceerden met een psychiatrische aandoening tonen een grilliger verloop. In 2017 is een herindicatieprocedure voor de GGZ-B doorlopen bij het CIZ waardoor veel van de indicaties niet zijn verlengd in 2018. De grote toename na 2020 is het gevolg van het openstellen van de GGZ Wonen profielen in de Wlz.
Personen met een Wlz indicatie naar grondslag, op peildatum kwartaal
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
Somatische aandoening Psychogeriatrische aandoening Psychiatrische aandoening Lichamelijke handicap Verstandelijke handicap Zintuiglijke handicap 2015 1e kwartaal 72475 82310 10025 19005 92475 3270 2015 2e kwartaal 69375 81820 9820 19130 92785 3250 2015 3e kwartaal 68090 82630 9610 19290 93755 3245 2015 4e kwartaal 67055 83645 9440 19665 94980 3260 2016 1e kwartaal 65930 84055 9260 20220 96950 3265 2016 2e kwartaal 64745 84030 9075 20465 98555 3260 2016 3e kwartaal 64685 85060 8930 20675 100010 3270 2016 4e kwartaal 63615 85770 8760 20940 100880 3250 2017 1e kwartaal 62105 84885 8660 22385 106935 3290 2017 2e kwartaal 61305 85660 8595 22485 107485 3300 2017 3e kwartaal 61135 86715 8595 22800 108285 3290 2017 4e kwartaal 60595 87895 8485 23265 108695 3310 2018 1e kwartaal 59500 88440 6040 23770 109250 3325 2018 2e kwartaal 58570 88795 5985 24300 109780 3305 2018 3e kwartaal 58495 90580 5965 24920 110525 3315 2018 4e kwartaal 58820 92335 5950 25475 111005 3305 2019 1e kwartaal 58405 93475 5935 26020 111575 3290 2019 2e kwartaal 58040 94780 5930 26525 112030 3285 2019 3e kwartaal 58240 96570 5970 27110 112680 3300 2019 4e kwartaal 58305 98805 5955 27550 113190 3305 2020 1e kwartaal 58005 100310 5955 27965 113770 3285 2020 2e kwartaal 56835 98390 5920 27975 114270 3240 2020 3e kwartaal 57075 100085 5840 28380 114910 3240 2020 4e kwartaal 57375 101445 5800 28835 115575 3240 2021 1e kwartaal 56370 100100 17310 29070 116140 3195 2021 2e kwartaal 56730 101400 20640 29450 116735 3200 2021 3e kwartaal 57075 103015 22780 29940 117290 3200 2021 4e kwartaal 58375 105080 25020 30415 118015 3220 2022 1e kwartaal 59025 105965 26915 30635 118725 3230 2022 2e kwartaal 59810 106915 28130 30995 119150 3240 2022 3e kwartaal 60755 108940 29185 31255 119655 3255 2022 4e kwartaal 61415 110330 30110 31430 120130 3245 2023 1e kwartaal 61235 110945 30990 31335 120500 3245 2023 2e kwartaal 61675 112495 31850 31375 120900 3240 2023 3e kwartaal 62425 114440 32705 31505 121445 3250 2023 4e kwartaal 62680 116015 33350 31595 122035 3255 2024 1e kwartaal 62005 116360 33865 31495 122360 3260 2024 2e kwartaal 61825 118025 34420 31685 122680 3255 2024 3e kwartaal 61935 119600 35005 32000 123090 3275 2024 4e kwartaal 61560 120605 35390 32080 123520 3270 2025 1e kwartaal** 60505 120620 35820 32210 123770 3260 2025 2e kwartaal** 60150 121325 36195 32355 123935 3260 2025 3e kwartaal** 59915 122730 36720 32660 124240 3275 2025 4e kwartaal** 59550 124485 37230 33130 124690 3285 2026 1e kwartaal* 58675 124390 37875 33405 125655 3300
Meer cijfers over indicaties
Op StatLine MLZ zijn meer cijfers te vinden over personen met een indicatie voor zorg met verblijf:
- In de tabel Personen met indicatie zorg met verblijf; grondslag op StatLine MLZ kunnen jaarcijfers worden uitgesplitst naar grondslag en sector en de achtergrondkenmerken geslacht en leeftijd.
- In de tabel Personen met indicatie zorg met verblijf; zzp en regio op StatLine MLZ kunnen jaarcijfers worden uitgesplitst naar zorgzwaartepakket en de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en zorgkantoorregio.
- In de tabel Personen met indicatie; grondslag, zzp, stand en in- en uitstroom, kwartaal op StatLine MLZ kunnen kwartaalcijfers worden uitgesplitst naar grondslag en zorgzwaartepakket. Deze tabel bevat ook gegevens over instroom en uitstroom.
Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Indicatie AWBZ/Wlz-zorg en gebruik Wmo- en AWBZ/Wlz-zorg.
Naast de Wlz-indicaties zijn er vanaf 2015 door het CIZ indicaties voor de Wlz-subsidieregelingen afgegeven; cijfers hierover zijn te vinden in de maatwerktabel Personen met een indicatie voor zorg uit een Wlz subsidieregeling 2015-2020. Vanaf 2021 bestaat alleen de subsidieregeling ADL nog, cijfers hierover zijn te vinden in de maatwerktabel Personen met zorg uit de wlz subsidieregeling adl-assistentie.
Vanaf 1 januari 2021 kunnen cliënten met blijvende behoefte aan intensieve geestelijke gezondheidszorg een beroep doen op Wlz-zorg met grondslag ‘psychische stoornis’. Cijfers hierover zijn te vinden in de maatwerktabellen: Zorggebruikers met een geldige Wlz-indicatie op 31 december 2025 met grondslag ‘psychische stoornis’.
Tevens zijn op StatLine MLZ cijfers te vinden over de relatie indicatie naar gebruik van Wlz-zorg. Dit zijn jaarcijfers vanaf 2015.
Oudere gegevens over AWBZ/Wlz-indicaties
Naast bovenstaande gegevens over AWBZ/Wlz indicaties zijn binnen dit thema op StatLine MLZ ook oudere cijfers over indicaties te vinden. Het betreft gegevens over zorg zonder verblijf: dit zijn AWBZ-indicaties voor zorg zonder verblijf (tot 2015) en indicaties van Wlz-indiceerbaren met een overgangsregeling vanaf 2015 tot 2017. Daarnaast zijn er gegevens over Indicaties voor zorg zonder en met verblijf.
Ook werden tot 2015 naast AWBZ-indicaties die door het CIZ zijn afgegeven, AWBZ-indicaties afgegeven door Bureaus Jeugdzorg voor jongeren met een psychiatrische aandoening. Tot slot zijn er cijfers over de relatie tussen AWBZ-indicatie en AWBZ/Wmo-gebruik.