Indicatie

Foto van het thema Indicatie

Het thema Indicatie geeft een beeld van het aantal personen in Nederland dat een indicatie heeft voor langdurige zorg. Vanaf 2015 gaat het om Wlz-indicaties die zijn afgegeven door het CIZ. Tot 2015 gaat het om AWBZ-indicaties die zijn afgegeven door het CIZ en waar dit expliciet is aangegeven om de AWBZ-indicaties die zijn afgegeven door BJZ.

Deze pagina bevat cijfers over het aantal personen met een indicatie voor zorg met verblijf, voor zover deze gefinancierd wordt uit de AWBZ (tot 2015) of het aantal personen met een Wlz-indicatie (vanaf 2015). Peildatum jaar is de tweede vrijdag van november; peildatum kwartaal de tweede vrijdag van februari, mei, augustus en november.

De volgende tabel betreft indicaties per jaar die zijn afgegeven door het CIZ. De cijfers zijn uitgesplitst naar grondslag.

Indicatie zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum jaar
2014 2015 2016 2017 2018*
Totaal personen 326 275 278 050 283 220 292 250 296 885
Somatische aandoening 76 045 67 055 63 615 60 595 58 820
Psychogeriatrische aandoening 83 370 83 645 85 770 87 895 92 335
Psychiatrische aandoening 47 710 9 445 8 765 8 490 5 950
Lichamelijke handicap 19 735 19 665 20 940 23 265 25 475
Verstandelijke handicap 96 155 94 980 100 880 108 695 111 005
Zintuiglijke handicap 3 255 3 260 3 250 3 310 3 305

Indicatie zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum jaar

Totaal personen

Totaal personen waarbij een grondslag is geregistreerd.

Somatische aandoening

Actuele lichamelijke ziekte of aandoening. Een aandoening die gekenmerkt wordt door stabiele fases en bij verergering door medische en/of paramedische behandeling (nog) kan genezen of verbeteren, heeft als grondslag somatische aandoening, en niet de grondslag lichamelijke handicap.
Wanneer sprake is van blijvende beperkingen die niet veroorzaakt worden door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag somatische aandoening ook van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie.

Psychogeriatrische aandoening

Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.

Psychiatrische aandoening

Stoornis waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Hiervoor wordt ook wel de term psychische stoornis gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt de grondslag psychosociaal probleem niet meer geïndiceerd. Indicaties van vóór 2009 met de grondslag psychosociaal probleem die nog geldig zijn in de verslagperiode, zijn opgenomen bij de grondslag psychiatrische aandoening.

Lichamelijke handicap

Fysieke beperking als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is en er geen sprake is van een terminale situatie.

Verstandelijke handicap

Handicap waarbij de persoon beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (IQ van 70 of lager) en blijvende beperkingen heeft op het gebied van de sociale redzaamheid. Beide zijn voor het 18e levensjaar ontstaan.
Op grond van historische overwegingen is er in Nederland overeenstemming dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, een IQ-score tussen 70 en 85 ook mag worden opgevat als een verstandelijke handicap. Dit wordt dan aangeduid als een licht verstandelijke handicap.

Zintuiglijke handicap

Visuele of auditiefcommunicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak/taalprobleem. Kern van een spraak/taalprobleem onder de grondslag van de zintuiglijke handicap is dat er een in de persoon gelegen oorzaak is aan te wijzen. Dat kunnen zowel neurobiologische als neuropsychologische factoren zijn. Spraak/taalstoornissen moeten onderscheiden worden van communicatieproblemen die het gevolg zijn van ziektebeelden als autisme en een verstandelijke handicap.

2018*

Voorlopige cijfers

Onderstaande tabel betreft CIZ indicaties per kwartaal.

Indicatie zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum kwartaal
2018 2e kwartaal** 2018 3e kwartaal** 2018 4e kwartaal** 2019 1e kwartaal* 2019 2e kwartaal*
Totaal ZMV-AWBZ/Wlz 290 735 293 800 296 885 299 350 301 295
Somatische aandoening 58 570 58 495 58 820 58 510 58 160
Psychogeriatrische aandoening 88 795 90 580 92 335 93 595 94 910
Psychiatrische aandoening 5 985 5 965 5 950 5 940 5 940
Lichamelijke handicap 24 300 24 920 25 475 26 110 26 610
Verstandelijke handicap 109 780 110 525 111 005 111 895 112 380
Zintuiglijke handicap 3 305 3 315 3 305 3 290 3 295

Indicatie zorg met verblijf naar grondslag, personen op peildatum kwartaal

Totaal ZMV-AWBZ/Wlz

Totaal zorg met verblijf, gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten/Wet langdurige zorg

Zorg met verblijf is zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het kan gaan om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. Vanaf 2015 kan met een Wlz-indicatie ook gebruik gemaakt worden van een volledig pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt).

De indicaties voor zorg met verblijf betreffen zowel de AWBZ/Wlz-indicaties voor een zorgzwaartepakket als de oude AWBZ-indicaties voor verblijf langdurig en verblijf tijdelijk klasse 4 of hoger. Indicaties voor kort verblijf zijn hierin niet opgenomen, dit valt onder zorg zonder verblijf.

Somatische aandoening

Actuele lichamelijke ziekte of aandoening. Een aandoening die gekenmerkt wordt door stabiele fases en bij verergering door medische en/of paramedische behandeling (nog) kan genezen of verbeteren, heeft als grondslag somatische aandoening, en niet de grondslag lichamelijke handicap.
Wanneer sprake is van blijvende beperkingen die niet veroorzaakt worden door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag somatische aandoening ook van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychogeriatrische aandoening

Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Psychiatrische aandoening

Stoornis waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Hiervoor wordt ook wel de term psychische stoornis gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt de grondslag psychosociaal probleem niet meer geïndiceerd. Indicaties van vóór 2009 met de grondslag psychosociaal probleem die nog geldig zijn in de verslagperiode, zijn opgenomen bij de grondslag psychiatrische aandoening.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Lichamelijke handicap

Fysieke beperking als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is en er geen sprake is van een terminale situatie.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Verstandelijke handicap

Handicap waarbij de persoon beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (IQ van 70 of lager) en blijvende beperkingen heeft op het gebied van de sociale redzaamheid. Beide zijn voor het 18e levensjaar ontstaan.
Op grond van historische overwegingen is er in Nederland overeenstemming dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, een IQ-score tussen 70 en 85 ook mag worden opgevat als een verstandelijke handicap. Dit wordt dan aangeduid als een licht verstandelijke handicap.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

Zintuiglijke handicap

Visuele of auditiefcommunicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak/taalprobleem. Kern van een spraak/taalprobleem onder de grondslag van de zintuiglijke handicap is dat er een in de persoon gelegen oorzaak is aan te wijzen. Dat kunnen zowel neurobiologische als neuropsychologische factoren zijn. Spraak/taalstoornissen moeten onderscheiden worden van communicatieproblemen die het gevolg zijn van ziektebeelden als autisme en een verstandelijke handicap.

Bij de cijfers peildatum jaar en peildatum kwartaal is de grondslag genomen van de indicatie die op de peildatum geldig is.
In een jaar kunnen meerdere indicaties, met verschillende grondslagen, geldig zijn. Bij cijfers in jaar is de grondslag van de laatst afgegeven indicatie in het betreffende verslagjaar genomen.

2018 1e kwartaal**

Nader voorlopige cijfers

2018 2e kwartaal**

Nader voorlopige cijfers

2018 3e kwartaal**

Nader voorlopige cijfers

2018 4e kwartaal**

Nader voorlopige cijfers

2019 1e kwartaal*

Voorlopige cijfers

2019 2e kwartaal*

Voorlopige cijfers

Op MLZ StatLine zijn meer cijfers te vinden over personen met een indicatie voor zorg met verblijf:

  • de jaarcijfers in deze tabel kunnen worden uitgesplitst naar grondslag en sector en de achtergrondkenmerken geslacht en leeftijd;
  • de jaarcijfers in deze tabel kunnen worden uitgesplitst naar zorgzwaartepakket en de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en zorgkantoorregio;
  • de kwartaalcijfers in deze tabel kunnen worden uitgesplitst naar grondslag en zorgzwaartepakket.
  • de kwartaalcijfers in deze tabel kunnen worden uitgesplitst naar zorgzwaartepakket en dagbesteding.

Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Indicatie AWBZ/Wlz-zorg en gebruik Wmo- en AWBZ/Wlz-zorg.

Naast de Wlz-indicaties zijn er vanaf 2015 door het CIZ indicaties voor de Wlz-subsidieregelingen afgegeven; cijfers hierover zijn te vinden in de maatwerktabel 'Personen met een indicatie voor zorg uit een Wlz subsidieregeling'.

Tevens zijn op MLZ StatLine cijfers te vinden over de relatie indicatie naar gebruik van Wlz-zorg. Dit zijn jaarcijfers vanaf 2015.

Oudere gegevens over AWBZ/Wlz-indicaties

Naast bovenstaande gegevens over AWBZ/Wlz indicaties zijn binnen dit thema ook oudere cijfers over indicaties te vinden. Het betreft gegevens over zorg zonder verblijf: dit zijn AWBZ-indicaties voor zorg zonder verblijf (tot 2015) en indicaties van Wlz-indiceerbaren met een overgangsregeling vanaf 2015 tot 2017. Daarnaast zijn er gegevens over Indicaties voor zorg zonder en met verblijf. Ook werden tot 2015 naast AWBZ-indicaties die door het CIZ zijn afgegeven, AWBZ-indicaties afgegeven door Bureaus Jeugdzorg voor jongeren met een psychiatrische aandoening. Tot slot zijn er cijfers over de relatie tussen AWBZ-indicatie en AWBZ/Wmo-gebruik.

  • Indicatie zorg zonder verblijf

    Dit zijn jaar- en kwartaalcijfers over het aantal personen met een indicatie voor zorg zonder verblijf (AWBZ-gefinancierd tot 2015, Wlz-gefinancierd vanaf 2015 tot 2018). Er wordt een uitsplitsing gemaakt naar functie.

  • Indicatie zorg zonder en met verblijf

    Dit zijn jaar- en kwartaalcijfers over het aantal personen met een indicatie voor zorg zonder verblijf of zorg met verblijf (AWBZ-gefinancierd tot 2015, Wlz-gefinancierd vanaf 2015 tot 2018). Er wordt een uitsplitsing gemaakt naar grondslag.

  • BJZ indicaties zorg met verblijf in jaar

    Dit zijn jaarcijfers over het aantal personen met een indicatie afgegeven door een Bureau Jeugdzorg voor zorg met verblijf (AWBZ-gefinancierd tot 2015).

  • Relatie tussen AWBZ-indicatie en AWBZ/Wmo-gebruik tot 2015

    Dit zijn jaarcijfers tot 2015 over het aantal personen met een AWBZ indicatie en of AWBZ/Wmo gebruik. Voorheen was dit het afzonderlijke thema 'Relatie Indicatie en gebruik'.

Bron: Centrum indicatiestelling zorg en Bureau Jeugdzorg.