Bevolking

Foto van het thema Bevolking

 

Deze pagina bevat cijfers over de samenstelling van de totale bevolking naar leeftijd en type huishouden. Deze gegevens kunt u gebruiken als achtergrondinformatie bij de cijfers over langdurige zorg.

Peildatum jaar is de tweede vrijdag van november.

Bevolking naar leeftijd, personen op peildatum jaar
2013 2014 2015 2016 2017*
Totaal leeftijd 16 827 335 16 900 905 16 968 735 17 074 245 17 171 735
Jonger dan 18 jaar 3 418 835 3 406 850 3 392 800 3 379 015 3 360 785
18 tot 65 jaar 10 472 195 10 468 465 10 474 200 10 516 575 10 552 975
65 tot 80 jaar 2 208 430 2 279 145 2 342 640 2 402 110 2 466 850
80 jaar of ouder 727 880 746 440 759 095 776 550 791 120

Bevolking naar leeftijd, personen op peildatum jaar

Totaal leeftijd

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

Jonger dan 18 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

18 jaar of ouder

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

18 tot 65 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

18 tot 35 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

35 tot 50 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

50 tot 65 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

65 tot 80 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

65 tot 70 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

70 tot 75 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

75 tot 80 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

80 jaar of ouder

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

80 tot 85 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

85 tot 90 jaar

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

90 jaar of ouder

De leeftijd van een persoon op 31 december van het verslagjaar. Indien een persoon in de loop van het verslagjaar is overleden, betreft dit de leeftijd die hij op 31 december bereikt zou hebben.

2017*

Voorlopige cijfers

Bevolking naar type huishouden, personen op peildatum jaar
2013 2014 2015 2016 2017*
Totaal huishoudens 16 827 335 16 900 905 16 968 735 17 074 245 17 171 735
Eenpersoonshuishouden 2 803 570 2 872 270 2 898 700 2 956 645 2 993 585
Eenouderhuishouden 1 350 750 1 382 510 1 387 610 1 426 660 1 453 890
Paar zonder thuiswonende kinderen 4 393 640 4 415 610 4 443 455 4 458 870 4 496 980
Paar met kind(eren) 7 919 315 7 879 300 7 886 565 7 873 450 7 869 570
Overig of institutioneel huishouden 360 065 351 215 352 405 358 625 357 710

Bevolking naar type huishouden, personen op peildatum jaar

Totaal huishoudens

Particulier en institutioneel huishouden.

Eenpersoonshuishouden

Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Eenouderhuishouden

Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen. Dit huishouden kan ook een overig lid van een huishouden bevatten.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.

Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.

Paar zonder thuiswonende kinderen

Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren). Dit huishouden kan ook een overig lid van een huishouden bevatten.

Meerpersoonshuishouden:
Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Paar:
Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.

Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.

Paar met kind(eren)

Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren). Dit huishouden kan ook een overig lid van een huishouden bevatten.

Meerpersoonshuishouden:
Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Paar:
Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.

Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.

Overig of institutioneel huishouden

Particulier huishouden dat uitsluitend bestaat uit overige leden of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, waar de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.

2017*

Voorlopige cijfers

In deze tabel op MLZ StatLine kunt u de cijfers verder uitsplitsen naar geslacht en regio.

Voor een nadere toelichting op deze cijfers en de gebruikte methoden: Bevolking.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.