Vergelijking met andere publicaties

Indicatie

MLZ-cijfers versus CIZ-cijfers

Het CIZ is sinds 2005 de landelijke organisatie die toetst of personen aanspraak kunnen maken op langdurige-zorg vallend onder de AWBZ (tot 2015) of Wlz (vanaf 2015). Vanaf 2015 voert het CIZ ook de indicatiestelling uit voor de subsidieregelingen die onder de Wlz vallen: ADL-assistentie, eerstelijns verblijf, behandeling zonder verblijf. Daarnaast is er in 2015/2016 sprake van een overgangsrecht voor personen die vóór 2015 geen indicatiebesluit met een zorgzwaartepakket (zzp) hadden, maar vermoedelijk wel in aanmerking komen voor Wlz-zorg. Met het overgangsrecht kunnen deze zogenaamde Wlz-indiceerbaren aanspraak maken op Wlz-zorg. Herindicaties van het CIZ moeten uitsluitsel geven over aanspraak op Wlz-zorg van deze groep na 2016/2017. Het CIZ publiceert over haar indicatiebesluiten op haar website en in diverse rapportages en beleidsanalyses. De MLZ-cijfers over het aantal personen met een indicatie wijken af van het aantal dat CIZ publiceert. Dit heeft verschillende redenen:

  • Koppeling is niet volledig

    De gegevens van het CIZ worden op cliëntniveau, op basis van het BSN, gekoppeld met de BRP. Een aantal indicaties kan niet met de BRP gekoppeld worden omdat het BSN ontbreekt of niet juist is. Voor 2008 werd het BSN niet verplicht geregistreerd door het CIZ. Dit treedt vooral op bij zorg met verblijf en neemt met het jaar af.

  • Verschil in populatie

    De MLZ-jaarcijfers hebben uitsluitend betrekking op personen die gedurende het verslagjaar of op de peildatum in de BRP staan ingeschreven. Bij publicatie van de MLZ-kwartaalcijfers zijn de BRP-gegevens nog niet beschikbaar en wordt er gepubliceerd over personen die op de peildatum of in de verslagperiode voorkomen in de registratie van het CIZ zonder dat bekend is of zij op dat moment staan ingeschreven in de BRP.

  • Verschil in peilmoment

    Het CIZ publiceert uitsluitend cijfers op een peildatum en hanteert hierbij de peildata 1 januari en 1 juli. In de MLZ wordt er bij de jaarcijfers gepubliceerd over de tweede vrijdag van november. De kwartaalcijfers bevatten gegevens over de tweede vrijdag van februari, mei, augustus en november.

  • Verschil in moment van publiceren

    Het CIZ voert doorlopend mutaties door in het databestand waarop de online rapportages zijn gebaseerd. De cijfers in de MLZ zijn gebaseerd op een afslag van dit databestand op een bepaalde datum en worden dus niet doorlopend gemuteerd.

  • Verschil in afbakening van indicaties

    Vanaf 2015 worden in de MLZ alleen de Wlz-indicaties meegeteld en niet de zorg onder de subsidieregelingen eerstelijns verblijf, behandeling zonder verblijf en ADL-assistentie. Van de Wlz-indicaties wordt partnerverblijf nu nog niet meegeteld in de MLZ in tegenstelling tot de CIZ-publicaties.

MLZ-cijfers versus Jeugdmonitor-cijfers

Op CBS StatLine en Jeugdmonitor StatLine worden ook gegevens over jongeren met een indicatie voor AWBZ-zorg gepubliceerd. Deze gegevens zijn op MLZ-StatLine op twee plaatsen terug te vinden:

Er zijn jongeren die in het jaar zowel een BJZ als een CIZ indicatie hebben, waardoor de aantallen op MLZ-StatLine zoals hierboven genoemd niet optelbaar zijn.

De MLZ-cijfers verschillen van de Jeugdmonitor-cijfers om de volgende redenen:

  • Verschil in populatie

    De doelpopulatie betreft in de Jeugdmonitor personen tot 18 jaar. In de BJZ-tabel van de MLZ zijn hiernaast ook indicaties opgenomen van personen tussen 18 en 23, wanneer zij voor hun 18e door een BJZ zijn geïndiceerd voor AWBZ-zorg met als grondslag een psychiatrische aandoening.

  • Verschil in regio-indeling

    De jongeren zijn op verschillende manieren ingedeeld naar regio. Op de Jeugdmonitor is het woonplaatsbeginsel van de Jeugdwet (2015) gevolgd (zie de website van CBS). In de tabel op de MLZ is de woonplaats uit de BRP gebruikt.

Gebruik

MLZ-cijfers versus CAK-cijfers

Het CAK publiceert in haar jaarverslagen en op haar website over het gebruik van AWBZ/Wlz- en Wmo-zorg. De MLZ-cijfers verschillen van de CAK-cijfers om de volgende redenen:

  • Koppeling is niet volledig

    De gegevens van het CAK worden op cliëntniveau, op basis van het BSN, gekoppeld met de BRP. Deze koppeling is in een zeer beperkt aantal niet helemaal volledig.

  • Verschil in populatie

    De MLZ-jaarcijfers hebben uitsluitend betrekking op personen die gedurende het verslagjaar of op de peildatum in de BRP staan ingeschreven.

    Personen tot 18 jaar hoeven nog geen eigen bijdrage te betalen voor de zorg die zij ontvangen. Het CAK neemt in haar rapportages alleen de zorg mee die geleverd is aan personen die bij aanvang van de zorg 18 jaar of ouder zijn. Bij de MLZ worden gegevens van personen weggelaten die op 31 december nog geen 18 jaar zijn. Hierdoor bevat de MLZ voor een klein deel zorg die geleverd is aan 17-jarigen, voor zover dat aangeleverd is door het CAK.

  • Verschil in peilmoment

    Het CAK publiceert uitsluitend cijfers over een jaar.

  • Verschil in moment van publiceren

    Het CAK krijgt doorlopend zorg en mutaties op de zorg aangeleverd door de zorgkantoren. De cijfers in de MLZ zijn gebaseerd op een afslag van dit databestand op een bepaalde datum en worden dus niet doorlopend gemuteerd.

MLZ-cijfers obv CAK-data versus GMSD-cijfers

De Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) publiceert cijfers over verstrekte Wmo maatwerkvoorzieningen die door gemeenten aan het CBS geleverd zijn. Het CAK registreert bijdrageplichtige Wmo maatwerkvoorzieningen in int de eigen bijdrage die hiervoor betaald moet worden. De cijfers komen deels overeen, maar verschillen ook op een aantal punten:

  • Verschil in registraties

    Het CAK registreert alleen maatwerkvoorzieningen waarvoor zij een eigen bijdrage innen. De GMSD levert registraties over de verstrekte Wmo-maatwerkvoorzieningen ongeacht of hier via het CAK een eigen bijdrage voor betaald moet worden. Er wordt niet voor iedere maatwerkvoorziening een eigen bijdrage via het CAK geïnd. Meer informatie hierover is te vinden op:Verschil tussen CAK en GMSD op www.cbs.nl.

  • Volledigheid

    Alle gemeenten leveren registraties waarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd aan het CAK. Niet alle gemeenten in Nederland leveren registraties over verstrekte Wmo-maatwerkvoorzieningen aan het CBS. De regiototalen in de tabellen met GMSD-cijfers zijn aangevuld met bijschattingen voor het aantal missende gemeenten.

MLZ-cijfers over persoonsgebonden budget ten laste van AWBZ/Wlz/Wmo

De MLZ publiceert cijfers over gebruik en uitgaven persoonsgebonden budgetten (pgb’s) ten laste van AWBZ/Wlz op basis van verschillende bronnen, namelijk de Sociale Verzekeringsbank (SVB, vanaf 2015), Vektis, Zorginstituut Nederland (tot 2015), de Nederlandse Zorgautoriteit (vanaf 2015) en het CAK (vanaf 2015).

Verschillen tussen publicaties binnen de MLZ over SVB- en Vektis-gegevens:

  • De SVB-gegevens betreffen de bestedingen vanuit toegekende pgb’s. Daarentegen betreffen de Vektis gegevens de toegekende pgb’s, ongeacht of deze daadwerkelijk zijn ingezet voor het inkopen van zorg.

Verschillen tussen publicaties binnen de MLZ over enerzijds SVB- en Vektis-gegevens en anderzijds gegevens van het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit:

  • Detailniveau van de gegevens

    De SVB-gegevens en de Vektis-gegevens zijn op persoonsniveau, terwijl het bij de gegevens van het Zorginstituut Nederland of de Nederlandse Zorgautoriteit om macrogegevens gaat.

  • Koppeling is niet volledig

    De persoonsgegevens van de SVB en Vektis worden bij de MLZ op cliëntniveau, op basis van het BSN, gekoppeld met de BRP. Een zeer klein deel van de gegevens wordt niet succesvol gekoppeld.

  • Verschil in populatie

    De MLZ-cijfers over de SVB-gegevens en de Vektis-gegevens hebben uitsluitend betrekking op personen die gedurende het verslagjaar of op de peildatum in de BRP staan ingeschreven en in leven waren. Voor de bepaling van de MLZ-cijfers over de SVB-gegevens zijn alleen gegevens meegenomen die betrekking hadden op in het verslagjaar gedeclareerde zorg.

  • Verschil in peilmoment

    De Nederlandse Zorgautoriteit en Zorginstituut Nederland publiceren cijfers op een peildatum en hanteren hierbij de peildatum 31 december. Bij de MLZ worden cijfers over pgb’s gepubliceerd in jaar en op MLZ-peildatum (de tweede vrijdag van november van het verslagjaar).

De laatste punten kunnen ook eventuele verschillen verklaren tussen de MLZ-publicaties en publicaties van de dataleveranciers zelf.

Verschillen tussen publicaties binnen de MLZ over enerzijds CAK gegevens en anderzijds SVB- en Vektis-gegevens:

  • De CAK-gegevens betreffen alleen gegevens over personen van 18 jaar of ouder die een eigenbijdrage moeten betalen voor het gebruik van het persoonsgebonden budget ten laste van de Wlz/Wmo.

MLZ-cijfers versus Vektis-cijfers over Zvw-wijkverpleging en zorg zintuiglijk gehandicapten

Vektis publiceert op vektis.nl, zorgprisma.nl, zorgprismapubliek.nl en waarstaatjegemeente.nl over het gebruik van Zvw-zorg. De MLZ-cijfers verschillen van de Vektis-cijfers om de volgende redenen:

  • Koppeling is niet volledig

    De gegevens van Vektis worden op cliëntniveau, op basis van het BSN, gekoppeld met de BRP. Een zeer klein deel van de gegevens wordt niet succesvol gekoppeld.

  • Verschil in populatie

    De MLZ-cijfers hebben uitsluitend betrekking op personen die gedurende het verslagjaar of op de peildatum in de BRP staan ingeschreven.

  • Verschil in peilmoment

    Vektis publiceert de gegevens niet over de tweede vrijdag van november, dus niet over de MLZ peildatum.

  • Verschil in moment van publiceren

    Vektis krijgt op regelmatige basis declaraties van zorg aangeleverd door de zorgverzekeraars. De cijfers op zorgprisma.nl, waarstaatjegemeente.nl, zorgprismapubliek.nl en de open data worden hiermee periodiek geüpdatet. De cijfers in de MLZ zijn gebaseerd op een afslag van het gegevens van Vektis op een bepaalde datum. De datum van de afslag van de gegevens voor de publicaties van Vektis kan verschillen van de datum van afslag van de gegevens gebruikt voor de MLZ.

Uitgaven en volume - declaraties

MLZ-cijfers versus cijfers van het Zorginstituut Nederland

Het Zorginstituut Nederland publiceert cijfers over declaraties op www.zorgcijfersdatabank.nl. Deze cijfers komen grotendeels overeen met de cijfers die gepubliceerd worden in de MLZ maar wijken op twee punten af. Deze punten zijn wel meegenomen in de cijfers op zorgcijfersdatabank.nl maar niet in de MLZ-cijfers:

  • Nachtverpleging en -verzorging bij de extramurale functie begeleiding;
  • Extramurale dagactiviteiten aan licht verstandelijk gehandicapte jongeren en cliënten met een langdurige psychische stoornis.

Daarnaast is er een verschil in de wijze waarop eventuele correcties van kwartaalgegevens worden verwerkt: op zorgcijfersdatabank.nl worden correcties voor een bepaald kwartaal verwerkt in de cijfers van het betreffende kwartaal, terwijl deze in de MLZ worden verwerkt in de cijfers van het daaropvolgende kwartaal.

Uitgaven en volume – nacalculatie

MLZ-cijfers versus NZa-marktscan langdurige zorg

De NZa publiceert jaarlijks op haar website de Marktscan langdurige zorg. Deze Marktscan geeft onder andere cijfers over de uitgaven, volume, prijs en eigen bijdrage van langdurige zorg, zowel in natura als ingekocht via pgb. De Marktscan over Wlz-zorg dekt net als de MLZ-cijfers de gehele Wlz-zorg in natura.

De Marktscans over AWBZ-zorg hebben alleen betrekking op zorgzwaartepakketten en extramurale zorgfuncties en dus niet op alle onderdelen die in de MLZ worden gerekend tot intramurale, extramurale en overige AWBZ-zorg in natura.

De volgende posten ontbreken in de NZa-marktscan over AWBZ-zorg maar zijn wel opgenomen in de MLZ-cijfers:

MLZ-cijfers versus Budgettair Kader Zorg (BKZ)

Het BKZ is het financiële kader van de Rijksbegroting waarbinnen de zorguitgaven moeten blijven, overeenstemmend met de afspraken in de regering. De uitgaven die tot het BKZ gerekend worden, zijn de zorguitgaven op grond van de Zvw, de zorguitgaven op grond van de AWBZ/Wlz en een deel van de uitgaven op de VWS-begroting. Tot de laatste categorie horen onder andere de uitgaven van de Wtcg en middelen die via het Gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven voor huishoudelijke verzorging in het kader van de Wmo.

Binnen het BKZ omvatten de zorguitgaven voor de AWBZ/Wlz vooral de volgende posten:

  • Uitgaven voor zorg in natura;
  • Uitgaven aan persoonsgebonden budgetten;
  • Subsidies aan MEE-instellingen voor cliëntondersteuning aan gehandicapten (tot 2015);
  • Beheerskosten AWBZ/Wlz-zorgkantoren;
  • Preventieve zorg: rijksvaccinatie van alle kinderen van 0-12 jaar (tot 2015);
  • Eigen bijdrage.

De zorguitgaven (BKZ) worden verantwoord in de Begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In de MLZ zijn cijfers opgenomen over uitgaven voor zorg in natura, uitgaven voor persoonsgebonden budgetten en eigen bijdrage. Deze cijfers kunnen afwijken van de cijfers in het BKZ door het gebruik van andere definities. De cijfers in het BKZ geven het juiste beeld van de omvang van de financiële consequenties voor de Rijksbegroting.

Eigen bijdrage

MLZ-cijfers versus cijfers in de VWS-begroting

De MLZ-cijfers over opbrengst eigen bijdrage wijken af van de cijfers in de VWS-begroting. Dit komt doordat in de begroting de bijdrage aan gemeenten ter compensatie van gederfde opbrengsten (als gevolg van de Wtcg) in mindering zijn gebracht op de opbrengst eigen bijdrage.